Ontslag.net - Praktische ontslag hulp en informatie bij ontslag  
Naar de startpagina van Ontslag.net Advies vragen over ontslag
  Stap 3 >  Financiële gevolgen
 
Naar de startpagina van Ontslag.net

Reden van ontslag

Ontslag procedure

Financiele gevolgen

Statutair directeur

Ontslag begrippenlijst
   
   
 
Bel de ontslag hulpdienst
0900-7877587
Op werkdagen bereikbaar
van 08.00 tot 21.00 uur
40cpm

of stuur een e-mail (gratis)
   
  Financiële gevolgen
 

WW uitkering

Iedereen die werkloos raakt kan een WW-uitkering aanvragen, maar dat betekent niet dat iedereen er ook een krijgt. Er zijn voorwaarden aan verbonden. De uitkering wordt alleen verstrekt aan mensen die minstens een half jaar aaneengesloten hebben gewerkt. De hoogte en duur hangen af van het arbeidsverleden. Voorts is iedereen die aanspraak wil maken op een "WW-uitkering"verplicht zich op de eerste dag van werkloosheid "in te schrijven" bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).

Hoogte van de WW-uitkering
De WW-uitkering bedraagt 70% van het laatstverdiende loon, tot een maximum van 2.365 euro per maand (ruim 30.000 euro per jaar, bruto).

De WW-uitkering is de laatste tijd soberder geworden. Het kabinet Balkenende ll heeft maatregelen genomen die de hoogte en de duur van de uitkering hebben beperkt. Zo is de "vervolguitkering" afgeschaft. De hoogte van uw WW-uitkering kunt u online "berekenen".

Nieuwe regels WW en ontslag via de kantonrechter
Er gaat in 2006 veel veranderen in de WW. Meer hierover kunt u lezen in de Beleid in wording: Informatie over veranderingen in de WW. Een groot gedeelte van de nieuwe regels in de WW gaat in op 1 oktober. De eerste werkloosheidsdag is dan bepalend voor de vraag of de nieuwe regels van toepassing zijn. Als sprake is van ontslag via de kantonrechter, hanteert het UWV een fictieve opzegtermijn voor het bepalen van de ingangsdatum van de WW-uitkering. In dat geval geldt dan als eerste werkloosheidsdag de eerste dag na verstrijken van die opzegtermijn. De datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is daarbij niet van belang.

Nieuwe inkomensvoorziening voor oudere werklozen
Voor oudere werknemers die op of na 1 oktober 2006 werkloos worden, komt er na afloop van de WW een speciale uitkering. Deze zogeheten inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) ligt op minimumniveau. Voorwaarde voor een IOW-uitkering is dat de oudere werkloze minimaal zes maanden een WW-uitkering heeft ontvangen. Binnenkort wordt het wetsvoorstel IOW ingediend bij de Tweede Kamer.

Wat verandert er?

Er zijn twee wetsvoorstellen ingediend. De Tweede en Eerste Kamer hebben beide wetsvoorstellen aangenomen. Onderdelen van deze voorstellen zullen op verschillende momenten in werking treden.

Per 1 oktober 2006

  • De hoogte van de WW-uitkering wordt in alle gevallen (de kortdurende en de loongerelateerde uitkering) de eerste twee maanden 75% van het loon, en daarna 70% van het loon.
  • Een werknemer die in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag minimaal 26 weken in loondienst heeft gewerkt (wekeneis), krijgt recht op een loongerelateerde WW-uitkering van drie maanden. Nu is dit nog een uitkering ter hoogte van 70% van het minimumloon voor de duur van een half jaar.
  • Voor een langere uitkering moet de werknemer in minimaal vier van de laatste vijf kalenderjaren over minstens 52 dagen loon hebben ontvangen (jareneis). Voor de werknemer die aan beide eisen voldoet, duurt de uitkering in maanden even lang als het arbeidsverleden in jaren. Bijvoorbeeld achttien jaar arbeidsverleden geeft recht op achttien maanden WW.
  • De uitkeringsduur wordt verkort naar maximaal 38 maanden.
  • Een werknemer die op of na 1 oktober 2006 werkloos wordt en dan 50 jaar of ouder is, kan na afloop van zijn WW-uitkering aanspraak maken op een uitkering ter hoogte van het sociaal minimum, maar zonder vermogenstoets: de IOW. Het wetsvoorstel voor de IOW wordt na de zomer bij de Tweede Kamer ingediend.
  • Een werknemer hoeft niet langer te protesteren tegen zijn ontslag. Anders dan nu wordt de WW-uitkering niet langer geweigerd omdat een werknemer met zijn ontslag instemt. Daarmee vervalt de noodzaak om pro forma procedures te voeren. Een werknemer die wordt ontslagen omdat hij zich ernstig heeft misdragen of die zelf ontslag neemt, kan nog wel verwijtbaar werkloos zijn.
  • Het UWV kan een werknemer in bijzondere gevallen op grond van diens persoonlijke omstandigheden tijdelijk ontheffen van de sollicitatieplicht. Dat is mogelijk als:
    • iemand in het kader van een reïntegratietraject minimaal 20 uur per week vrijwilligerswerk verricht;
    • als iemand intensieve mantelzorg verricht;
    • als er een calamiteit optreedt in de gezinssituatie (bijvoorbeeld een sterfgeval of ernstige ziekte).

Per 1 januari 2007

  • Maatwerk bij sollicitatieplicht. Het CWI en het UWV maken met alle werklozen afspraken over het vinden van werk. Persoonlijke kansen en mogelijkheden staan daarbij centraal. Een reïntegratiecoach doet de begeleiding.
  • Na drie maanden werkloosheid vindt een poortwachtertoets plaats, waarbij de pogingen om werk te vinden van de werkloze worden beoordeeld. Zijn de afspraken niet nagekomen, dan kan het UWV besluiten de uitkering te korten.
  • Mantelzorgforfait: Het kalenderjaar waarin mantelzorgers tijd kwijt zijn aan zorg voor een ziek familielid of kennis telt als een half jaar mee voor het arbeidsverleden. Mantelzorg is de zorg voor zieken of gehandicapten die de meer gebruikelijke zorg overstijgt en niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt verleend. In de regel is er een sociale relatie tussen de mantelzorger en degene die de zorg ontvangt. Bij WW- en WIA-aanvragen vanaf 1 januari 2008 zal het UWV beoordelen of het kalenderjaar 2007 voor de helft meetelt voor het arbeidsverleden.

Per 1 mei 2007

  • Bij kortdurende ziekte (minder dan 13 weken) wordt de WW-uitkering voortgezet.

Voor mensen die nu een WW-uitkering hebben, verandert er niets in de hoogte of de duur van hun WW-uitkering.

Mocht een WW-gerechtigde werk vinden voordat de termijn van zijn WW-uitkering verstreken is, dan blijven de oude rechten gedurende vijf jaar gehandhaafd. Uitgangspunt is dat het aan het werk gaan geen nadelige gevolgen heeft voor de werknemer.

Waar moet de verandering toe leiden?

  • Werknemers worden meer gestimuleerd om werk te behouden of nieuw werk te aanvaarden;
  • De uitvoering van de WW wordt eenvoudiger;
  • Minder administratieve lasten voor werkgevers

Waarom doet het kabinet dit?

Het kabinet wil werkloze werknemers stimuleren zo snel mogelijk aan het werk te gaan. Het snel vinden van nieuw werk en het voorkomen van werkloosheid komt centraal te staan. Op deze manier kan de WW-uitkering fungeren als een brug tussen twee banen.

Wie krijgt ermee te maken?

  • Werkgevers;
  • Werknemers;
  • WW'ers die binnen vijf jaar werk vinden

Wanneer gaat de verandering in?

Er zijn twee wetsvoorstellen ingediend. De Tweede en Eerste Kamer hebben beide wetsvoorstellen aangenomen. De nieuwe wekeneis is per 1 april 2006 ingegaan. Per 1 juli wordt het voor WW-gerechtigden makkelijker om een eigen bedrijf te starten. De overige onderdelen zullen op verschillende momenten in werking treden.

Werkloosheidswet (WW): informatie voor werknemers

Wanneer u - geheel of gedeeltelijk - werkloos wordt, kunt u het verlies aan inkomen voor een bepaalde periode opvangen met een WW-uitkering. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden. Zo moet u beschikbaar zijn voor werk. Verder is het belangrijk hoe lang u gewerkt heeft. Om een WW-uitkering aan te kunnen vragen, moet u zich als werkzoekende inschrijven bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Er gaat in 2006 veel veranderen in de WW. Zo is per 1 april de wekeneis aangepast. Verder wordt het vanaf 1 juli voor WW-gerechtigden makkelijker om een eigen bedrijf te starten. Lees meer over de andere wijzigingen in Beleid in wording: Informatie over veranderingen in de WW.

Wanneer heeft u recht op een WW-uitkering?

Wanneer u als werknemer uw baan verliest, komt u in principe in aanmerking voor een WW-uitkering. Het is mogelijk, bijvoorbeeld als u in het buitenland werkt, om u vrijwillig te verzekeren voor de WW.

Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U bent jonger dan 65 jaar;
  • U verliest minimaal vijf arbeidsuren per week (of als u minder dan tien uur per week werkte, minimaal de helft van uw arbeidsuren);
  • U krijgt de verloren uren niet doorbetaald;
  • U bent beschikbaar om te gaan werken;.
  • U bent niet 'verwijtbaar' werkloos';
  • U voldoet aan de '26 uit 36 weken'-eis

Hoe vraagt u een WW-uitkering aan?

  • Uiterlijk één werkdag nadat u werkloos bent geworden schrijft u zich in als werkzoekende bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).
  • Daarnaast moet u binnen een week nadat u werkloos bent geworden, de WW-uitkering bij het CWI aanvragen. Het UWV beoordeelt vervolgens of u hiervoor in aanmerking komt.

Wat betekent de wekeneis?

Om recht te krijgen op een WW-uitkering moet u aan de wekeneis voldoen: u moet in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag minimaal 26 weken in loondienst gewerkt hebben. U hoeft niet fulltime te hebben gewerkt: wanneer u in een week op één dag heeft gewerkt, telt die week mee als gewerkte week. De weken waarin u vakantie of ander doorbetaald verlof heeft opgenomen, kunt u ook meetellen. Weken waarin u als zelfstandige heeft gewerkt, tellen niet mee. Ook weken die al zijn meegeteld voor een eerdere uitkering tellen niet mee. Voor musici, filmmedewerkers en artiesten en de werknemers die deze groepen technisch ondersteunen bestaat er een verlaagde wekeneis. Zij moeten 16 uit 39 weken gewerkt hebben.

Kortdurende uitkering
Voldoet u aan de wekeneis, maar niet aan de jareneis, dan krijgt u een kortdurende WW-uitkering. Deze uitkering duurt maximaal een half jaar en bedraagt 70% van het minimumloon.

De hoogte van uw WW-uitkering is niet gekoppeld aan het inkomen van uw partner of andere gezinsleden. Ook uw eigen vermogen heeft geen invloed op de hoogte van de WW-uitkering.

Wat betekent de jareneis?

De jareneis houdt in dat u in de voorgaande vijf kalenderjaren ten minste vier jaar gewerkt moet hebben (Het jaar waarin u werkloos wordt, telt niet mee.) Per jaar moet u minstens 52 dagen in loondienst geweest zijn.

Heeft u de afgelopen jaren niet gewerkt, maar voor uw kinderen gezorgd, dan kunt u een deel van die jaren ook meetellen als gewerkte jaren. In 2005 en de jaren daarna telt alleen de verzorging van kinderen jonger dan vijf jaar mee. Een heel verzorgingsjaar telt in 2005 en 2006 voor driekwart jaar en vanaf 2007 als een half jaar mee voor de jareneis. Een jaar telt niet mee wanneer u meer dan zes maanden in dit jaar een werkloosheidsuitkering heeft ontvangen (WW of wachtgeld).

Loongerelateerde uitkering
Voldoet u aan de wekeneis en aan de jareneis, dan krijgt u een loongerelateerde WW-uitkering. De duur van uw WW-uitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat u heeft gewerkt. De hoogte hangt af van hoeveel u verdiende. De loongerelateerde WW-uitkering bedraagt 70% van het loon (Let op: de hoogte van de uitkering is aan een maximum gebonden en is nooit hoger dan 70% van het maximum dagloon). De hoogte van uw WW-uitkering is niet gekoppeld aan het inkomen van uw partner of andere gezinsleden. Ook uw eigen vermogen heeft geen invloed op de hoogte van de WW-uitkering.

Vervolguitkering
Als u vóór 11 augustus 2003 werkloos bent geworden, heeft u na afloop van de loongerelateerde uitkering recht op een vervolguitkering van maximaal twee jaar. Was u op uw eerste dag van werkloosheid 57,5 jaar of ouder, dan duurt de vervolguitkering tot uw 65e verjaardag. Ook als u voor 11 augustus 2003 werkloos was, weer bent gaan werken en opnieuw werkloos wordt, kunt u onder bepaalde voorwaarden een vervolguitkering krijgen.

Bent u op of na 11 augustus 2003 werkloos geworden, dan heeft u geen recht meer op een vervolguitkering. Als u na afloop van uw loongerelateerde WW-uitkering nog geen werk gevonden heeft, dan kunt u een bijstandsuitkering aanvragen

Hoe lang heeft u recht op een uitkering?

De kortdurende uitkering duurt maximaal een half jaar.

Hoe lang de loongerelateerde WW-uitkering duurt, is afhankelijk van uw arbeidsverleden. Sinds 1 januari 2005 worden de daadwerkelijk gewerkte jaren vanaf 1998 meegeteld om de duur van de uitkering te bepalen. Voor elk jaar vanaf 1998 moet u kunnen aantonen dat u voor 52 of meer dagen loon heeft ontvangen, wil dat jaar meetellen voor uw arbeidsverleden. Vanaf 2007 krijgt u van het UWV periodiek een overzicht van uw feitelijk arbeidsverleden, de zogenaamde arbeidsverledenbeschikking. Deze beschikking moet u controleren en vervolgens bewaren. De gegevens op dit overzicht zijn van belang bij de berekening van de uitkeringsduur. Voor de jaren vóór 1998 wordt teruggekeken tot en met het kalenderjaar waarin u 18 jaar werd. Dit heet het fictieve arbeidsverleden.

Aan de hand van onderstaande tabel kunt u de duur van de loongerelateerde uitkering bepalen.

Uw arbeidsverledenUw loongerelateerde WW-uitkering duurt
4 jaar6 maanden
5 tot en met 9 jaar9 maanden
10 tot en met 14 jaar1 jaar
15 tot en met 19 jaar1,5 jaar
20 tot en met 24 jaar2 jaar
25 tot en met 29 jaar2,5 jaar
30 tot en met 34 jaar3 jaar
35 tot en met 39 jaar4 jaar
40 jaar of meer5 jaar

Wat zijn de mogelijkheden bij het zoeken naar werk?

Hulp bij het zoeken naar werk voor de eerste werkloosheidsdag
Sinds 1 juli 2005 kan iedereen die werkloos dreigt te worden, vóór de eerste werkloosheidsdag al hulp krijgen van het CWI of het UWV bij het zoeken naar werk. U moet wel aantonen dat u binnen vier maanden wordt ontslagen.

Werken op `proef` met behoud van WW-uitkering
Als u of uw mogelijk nieuwe werkgever twijfelt aan het succes van de terugkeer in het arbeidsproces, kunt u maximaal drie maanden onbetaald op proef gaan werken in het bedrijf. Tijdens deze 'proefplaatsing' bent u vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Uw uitkering gaat tijdens de proefplaatsing gewoon door. Om van het UWV toestemming te krijgen voor een proefplaatsing, moet er reëel uitzicht zijn op werk met hetzelfde aantal of meer uren dan de proefplaats en voor minstens zes maanden. Meer informatie vindt u op de website van het UWV

Met behoud van uitkering een opleiding volgen
Als onderdeel van uw re-integratie mag u met behoud van uitkering een cursus of een opleiding volgen om uw kansen op werk te vergroten. Dit kan een bij- of omscholingscursus zijn, of een beroepsopleiding. De scholing mag maximaal één jaar duren. U hoeft in de periode dat u scholing krijgt voor de uren dat u hiermee bezig bent, niet te solliciteren. Wel moet u twee maanden voordat de opleiding afloopt weer beginnen met solliciteren.

Als tijdens het volgen van de opleiding uw WW-uitkering de maximum uitkeringsduur bereikt, dan loopt uw uitkering af. Oók als u de opleiding nog niet hebt afgerond. Hierop is één uitzondering: u bent arbeidsongeschikt en na de eenmalige herbeoordeling geheel of gedeeltelijk in de WW gekomen. Als onderdeel van uw re-integratie volgt u een opleiding om uw kansen op werk te vergroten. De scholing duurt echter langer dan de periode van uw WW-uitkering. In dat geval krijgt u voortaan tot het einde van uw scholing recht op een WW-uitkering. Voorwaarde voor een verlengde uitkering is wel dat u al aan uw opleiding bent begonnen voordat uw gewone WW-uitkering is verstreken. Bovendien moet uw scholing opgenomen zijn in uw reïntegratieplan. Deze regeling geldt sinds 1 januari 2005 en duurt tot alle ex-WAO'ers die daarvoor in aanmerking komen zijn herbeoordeeld en hun scholing hebben afgerond.

Vanaf 1 januari 2006 mogen WW-gerechtigden in de Europese Unie een (bedrijfs)opleiding, scholing of een ander re-integratietraject volgen met behoud van uitkering. Voorwaarde is dat deze activiteiten maximaal zes maanden duren en reëel uitzicht bieden op een baan van minstens zes maanden

Kunt u vanuit de WW een eigen bedrijf beginnen?

Als het UWV toestemming verleent, kunt u gedurende een periode van maximaal zes maanden met behoud van uw uitkering als ondernemer aan de slag zonder dat u hoeft te solliciteren. De inkomsten worden tijdens deze oriëntatieperiode voor 70% verrekend met de uitkering. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat deze verrekening pas later, ongeveer twee jaar nadat u als zelfstandige bent gestart, kan plaatsvinden. Hiervoor moet u dus geld opzij zetten. Meer informatie over Inkomstenverrekening over de startperiode kunt u vinden bij het UWV.

Mocht het bedrijf uiteindelijk mislukken, dan kunt u opnieuw een beroep doen op de WW, voor zover daar nog recht op bestond. Het bedrijf moet dan wel helemaal stopgezet worden. De termijn waarbinnen teruggevallen kan worden op een WW-uitkering is afhankelijk van het opgebouwde WW-recht en ligt tussen anderhalf jaar en maximaal 38 maanden na de start van het bedrijf.

Welke verplichtingen heeft u?

  • U moet zich uiterlijk de eerste werkdag na de eerste werkloosheidsdag als werkzoekende melden bij CWI.
  • U moet binnen een week bij het CWI een uitkering aanvragen.
  • U moet voldoende solliciteren.
  • U moet meewerken aan scholing of opleiding.
  • U moet passende arbeid aanvaarden. Als richtlijn voor het begrip 'passende arbeid', kunt u het volgende aanhouden: in het begin van de werkloosheid zoekt u werk dat aansluit op uw opleiding en werkervaring. Als u langer werkloos bent, moet u ook werk zoeken dat qua aard en niveau niet direct aansluit. Een hbo'er met werkervaring mag zich bijvoorbeeld in het eerste half jaar dat hij werkloos is richten op werk op hbo-niveau. Het half jaar daarop moet hij ook op zoek naar een baan op mbo-niveau. Uiteindelijk zijn alle banen 'passend'. Volgens de huidige regels is voor een academicus met werkervaring vanaf het begin van zijn werkloosheid ook werk op hbo-niveau passend. Is het risico groot dat u geen werk kunt vinden dat aansluit op uw opleiding, werkervaring en wensen, dan zult u uw eisen van het begin af aan al moeten bijstellen. Op deze manier voorkomt u dat u langdurig werkloos bent.

Wanneer stopt de uitkering?

In de volgende gevallen stopt uw WW-uitkering:

  • U gaat weer aan het werk. Heeft u een baan gevonden voor minder uren dan waarvoor u een uitkering ontving, dan blijft u een uitkering ontvangen voor het verschil in uren. Wanneer er minder dan vijf uren overblijven (of minder dan de helft als u voorheen minder dan tien uur werkte) bent u niet langer werkloos volgens de WW. Uw uitkering wordt dan gestopt.
  • U voldoet niet meer aan alle voorwaarden om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen. Bijvoorbeeld als u een Ziektewetuitkering krijgt of een uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid.
  • De maximale uitkeringsduur is verstreken. Bent u op het moment dat de maximale uitkeringsduur voor u is verstreken nog werkloos, dan kunt u een uitkering aanvragen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW). Beide uitkeringen worden echter wél getoetst aan het inkomen van uw eventuele partner. Bij de IOAW heeft uw eigen vermogen geen invloed op de hoogte van uw uitkering. De WWB-uitkering wordt getoetst aan het inkomen van andere gezinsleden én aan uw vermogen.
  • U wordt 65 jaar. Vanaf de maand dat u 65 wordt, ontvangt u AOW.

Hoe werkt de WW in bijzondere gevallen?

Als u onder het sociaal minimum komt
Als het totale inkomen van u en uw eventuele partner lager wordt dan het sociaal minimum, dan heeft u recht op een toeslag volgens de Toeslagenwet. Zolang u recht heeft op een WW-uitkering, wordt uw inkomen aangevuld tot het dan geldende sociaal minimum. Meer informatie over de Toeslagenwet.

Als u arbeidsongeschikt bent
Als u arbeidsongeschikt bent, hoeft u niet vier van de vijf jaren gewerkt te hebben om in aanmerking te komen voor een loongerelateerde WW-uitkering. Dit geldt wanneer u voor of op de dag waarop u werkloos wordt geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent. De duur van de loongerelateerde WW-uitkering is afhankelijk van uw feitelijk arbeidsverleden in de laatste vijf jaar en uw leeftijd (zie tabel), maar bedraagt in ieder geval zes maanden.

Als u voor uw kinderen heeft gezorgd
Heeft u de afgelopen jaren niet gewerkt, maar voor uw kinderen gezorgd, dan kunt u een deel van die jaren ook meetellen als gewerkte jaren. In 2005 en de jaren daarna telt alleen de verzorging van kinderen jonger dan vijf jaar mee. Een heel verzorgingsjaar telt in 2005 en 2006 voor driekwart jaar en vanaf 2007 als een half jaar mee voor de jareneis. Een jaar telt niet mee wanneer u meer dan zes maanden in dit jaar een werkloosheidsuitkering heeft ontvangen (WW of wachtgeld).

Als u opnieuw uw baan verliest
Stel dat u een nieuwe baan vindt voordat de termijn van uw WW-uitkering is verstreken. Waar heeft u dan recht op als u die baan weer verliest? Had u een kortdurende WW-uitkering en heeft u in minder dan 26 weken gewerkt, dan krijgt u voor de resterende tijd van de zes maanden een uitkering. U krijgt pas opnieuw recht op een kortdurende uitkering als u opnieuw 26 van de 36 weken heeft gewerkt. Had u een loongerelateerde uitkering en u heeft niet of alléén aan de wekeneis voldaan? Dan heeft u nog recht op het restant van de vorige uitkering. Als u opnieuw vier van de vijf jaren heeft gewerkt en 26 van de 36 weken, dan krijgt u opnieuw recht op de loongerelateerde uitkering.

Kan uw werkgever uw loon niet meer betalen?

Onder de Werkloosheidswet valt ook een regeling voor het geval uw werkgever niet in staat is uw loon te betalen. Het UWV neemt dan de verplichting loon te betalen tijdelijk over. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als uw werkgever failliet is. U krijgt doorbetaald zolang als uw opzegtermijn duurt, ten hoogste zes weken. Ook kunt u tot dertien weken achterstallig loon krijgen. Verder betaalt het UWV vakantiegeld en pensioenpremies over maximaal een jaar. Bij het UWV-kantoor in uw regio kunt het formulier Aanvraag overname betalingsverplichting wegens betalingsonmacht aanvragen.

Hoe zit het met WW en uw pensioen?

Werkloos worden heeft ingrijpende gevolgen. U verliest niet alleen uw werk, maar ook een deel van uw inkomen. Misschien stopt ook de opbouw van uw pensioen. Hierdoor kan het pensioen dat u later naast uw AOW ontvangt lager uitvallen dan u had verwacht. Tóch kan het pensioen dat u via uw laatste werkgever heeft opgebouwd tijdens uw werkloosheid worden voortgezet. Dat is tot 1 januari 2008 mogelijk met een bijdrage van de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP). Aan deze bijdrage zijn voor u geen kosten verbonden. Bij overlijden kan ook uw nabestaande gebruik maken van deze regeling. Werkloze grensarbeiders uit de Europese Unie, die in Nederland hebben gewerkt, kunnen ook aanspraak maken op een bijdrage. Lees op de site van FVP of u in aanmerking komt voor de bijdrage en hoe u die bijdrage kunt aanvragen.

Wat betekent premiedifferentiatie?

Sinds 1 januari 2006 betaalt een beperkte groep werkgevers een lagere premie dan normaal als ze een werknemer een arbeidsovereenkomst van een jaar of langer aanbieden. Deze groep werkgevers betaalt echter een hogere premie dan normaal als ze een werknemer een arbeidsovereenkomst voor minder dan een jaar aanbieden. Dit geldt voor werkgevers uit de volgende branches: schildersbedrijven, bouwbedrijven, de agrarische sector, de horeca en de cultuur. Voor scholieren en studenten geldt bij korte contracten de lage premie. Doel van deze gedifferentieerde premie of premiedifferentiatie is werkgevers te stimuleren mensen langer in dienst te nemen en zo cyclische of seizoensmatige werkloosheid te beperken.

Zijn er uitzonderingen op premiedifferentiatie?

Met de invoering van de premiedifferentiatie kwam er een einde aan de Regeling gelegenheidswerkers. Een gelegenheidswerker werkt maximaal acht weken. Het gaat vaak om zelfstandige boeren en huisvrouwen en -mannen. Per 1 mei 2006 is een maatregel ingegaan die gelegenheidswerkers tot 1 januari 2007 uitsluit van de premiedifferentiatie. Zo kunnen werkgevers in de land- en tuinbouw zich beter instellen op de nieuwe situatie. Wel wordt het lage WW-tarief met ingang van 1 juli 2006 verhoogd van 0,55 procent naar 0,80 procent. De hoge WW-premie (12 procent) blijft ongewijzigd. Vanaf 1 januari 2007 moet de agrarische sector zelf voor alternatieve contract- en beloningsvormen voor gelegenheidswerkers zorgen. De Belastingdienst zal met de agrarische sector afspraken maken over controle van de regels.

Meer informatie

Meer informatie over de de toepassing van de nieuwe WW-regels is te verkrijgen bij de bevoegde instanties: het UWV, www.uwv.nl , en het CWI, www.cwinet.nl.

« Terug naar 'Financiële gevolgen'
» Direct advies vragen

 
     
Surplus, ontslaghulp voor managers en directeuren
over Ontslag.net    
tell a friend | disclaimer | privacy | © , Surplus / Ontslag.net